Interview met André van Duin: 'Je moet de hoop nooit opgeven'

Interview met André van Duin: 'Je moet de hoop nooit opgeven'

Hij is een van de grootste entertainers van Nederland: radiomaker, komiek, acteur, zanger en hij verschijnt op 75-jarige leeftijd nog op tv als presentator van programma’s zoals Heel Holland Bakt, Denkend aan Holland en De Grote Kleine Treinen Competitie. Maar hij heeft ook kanker gehad, zijn echtgenoot (Martin Elferink) is er in 2020 zelfs aan overleden.

Dit artikel is afkomstig uit Kanjer nr 1. Ook lid worden van Kanjer? Sluit dan een abonnement af en mis geen enkel nummer!

In 2006 trouwde André van Duin met partner Martin Elferink. Samen bouwden ze een leven op tot Martin plots zijn sleutelbeen brak. Artsen vertrouwden het niet, je breekt immers niet zomaar je sleutelbeen, en al snel bleek Martin kanker te hebben, waarna hij in het behandeltraject terecht kwam. Later bleek ook André zelf kanker te hebben.

Had je, buiten Martin en later jezelf, in je directe omgeving al vaker met kanker te maken gehad?


‘Nee, ik had dit nog nooit van dichtbij meegemaakt. Dit was heel erg onbekend. Ik was er ook nooit mee bezig, want ik werd er niet mee geconfronteerd. Ik wist niet eens wat zo’n kuur precies was.’

Hoe was het om als naaste met iemand met kanker te leven?


‘Het was heel erg emotioneel. Je probeert het ook zo licht mogelijk te maken en hebt het dan ook veel over andere dingen, zodat je er niet de hele dag aan zit te denken. Je wilt dan alles voor die persoon doen, niks is te gek, maar mijn Martin wilde niet zo veel. Die had niet zo veel eisen. Hoop helpt je er dan toch doorheen. Toen het begon was er nog hoop. De behandeling van Martin was erg zwaar, hij had veel last van de chemo. Er zat bij Martin geen vordering in zijn behandeling, het was een trieste stemming met veel tranen.’

'Je moet de hoop nooit opgeven'


In januari 2020 overleed Martin, hoe ging je daarmee om?


‘Daar ga je niet mee om, daar is geen boekje voor. Iedereen doet dat op zijn eigen manier. Ik ging vooral veel afleiding zoeken, veel werken. Thuis zitten heeft niet zo veel zin. Je wilt jezelf dan nuttig maken en niet te veel denken. Mensen zeggen: als er wat is moet je me bellen, maar er valt weinig te bellen, waar moet je het over hebben dan? Je moet het toch in je uppie op zien te lossen.’

In de zomer van datzelfde jaar kreeg je zelf de diagnose darmkanker. Hoe was dat toen?


‘Ik merkte het tijdens het naar het toilet gaan, er kwam opeens bloed mee. Dat ging toen een tijdje door en toen heb ik het na laten kijken. Er zat een half jaar tussen mijn diagnose en het overlijden van Martin. Ik schrok er niet per se van en ik dacht er ook niet negatief over. Ik ging er vrij positief in. Iedereen was ook positief, het was goed te behandelen. Ik kreeg eerst chemo om het zo klein mogelijk te maken en daarna werd het operatief verwijderd. Ik wist natuurlijk van Martin hoe het allemaal in zijn werk ging en ik had goede zorg om me heen. Het ziekenhuis was een veilige omgeving, vanwege de behandeling van Martin kende ik al wat mensen.’

‘Er zit veel verschil in de bezoeken aan het ziekenhuis voor jezelf of voor je partner. De ene keer ben je het zelf niet. Ik had ook niet veel last van de chemo, ik kreeg een lichte variant. Je maakt dingen wel anders mee en je leert je partner beter te begrijpen. Je hebt duizend vragen en zit daar constant mee.’

‘Mensen begrijpen ook niet altijd goed waar je in zit. Het is altijd lief en goed bedoeld, maar je hebt niet altijd iets aan bezoek. Ook in gezelschap kun je eenzaam zijn. Dan komen er bijvoorbeeld mensen op bezoek in het ziekenhuis en gaat het eigenlijk niet over jou. Dat is logisch, voor het bezoek is het ook lastig, maar het enige waar jij op dat moment mee bezig bent, is jezelf.’

Je hebt lang verborgen dat je ziek was, pas in 2021 werd het bekend. Hoe heeft kanker invloed gehad op je carrière?


‘Nou ja, toen het in de publiciteit kwam, was er wel veel aandacht voor. In die zin heeft het wel een positieve uitwerking gehad, want het zet mensen toch aan het denken. Misschien kijken sommige mensen nu wat vaker achterom als ze naar het toilet gaan.’

Als we het hebben over het zwarte gat, herken je dat dan?


‘Nee, totaal niet. Ik heb er wat dat betreft helemaal geen slechte ervaringen mee. Ik ben er vrij makkelijk doorheen gekomen, ik ben echt een “lucky guy” omdat ik er zo doorheen gefietst ben. Ik was er ook erg snel bij. De behandeling was bij mij mentaal niet zwaar, bij Martin was dat wel. Mijn revalidatie ging vanzelf, drie dagen later was ik weer aan het werk. Natuurlijk moet je wel opeens weer voor jezelf zorgen. Het is belangrijk dat je dan mensen om je heen hebt. Ik ging bijvoorbeeld veel met vrienden weg. Je moet de juiste mensen om je heen verzamelen, maar je moet ook die balans vinden. Alleen zijn is soms ook niet erg. Ik had ook wel behoefte aan rust. Soms wil je gewoon de krant lezen.’

Heb je nog een tip?


‘Je moet de hoop nooit opgeven. Wees ook niet bang om een second opinion te vragen als je denkt dat dat nodig is. Artsen vinden dat echt niet vervelend. Zoek naar een klik met je arts, de arts moet bij jou passen, want je moet hem dingen durven te vertellen.’
Tess Mutsters | Hoofdredactrice Kanjer
Tess Mutsters studeerde in 2020 af aan de opleiding journalistiek in Tilburg. Ze heeft een passie voor lezen, schrijven, redigeren en fotograferen. Op de middelbare school koos ze het natuur & gezondheid pakket, een achtergrond die niet vaak voorkomt ...
Meer van deze auteur
Reageren?
Log in of maak (gratis) een account aan om te kunnen reageren en reacties van anderen te kunnen lezen! Account aanmaken